Over het ontstaan van de naam Gendringen bestaan diverse lezingen.

  1. De naam Gendringen zou een verbastering kunnen zijn van het z.g. gans dringen. Vroeger lieten Ganzenhandelaren de ganzen over een soort  teer lopen, zodat de voetzooltjes beschermd waren en zij afstanden konden overbruggen naar de markten in de omgeving.
  2. Een samenvoeging van de begrippen Gender ( een persoonsnaam ) en ichem ( plaats/plek ), ook wordt wel gedacht aan een collectiviteit toebehorende aan de lieden van Gandahari.
  3. Een gent is een mannelijke gans en de naam zou zijn ontstaan door de plaats waar het ringen van de gent plaatsvond. De ganzen werden in de middeleeuwen gehoed door Ganzenhoedsters op de z.g. IJsselweiden. Dit waren graslanden aan weerszijden van  de  Oude IJssel die als gemeenschappelijke weidegronden werden gebruikt. In de winter overstroomden deze weiden en daardoor waren zij in de zomer zeer vruchtbaar.

Ganzen werden vroeger – naast varkens – in de stadboerderijen door veel families gehouden. De varkens vonden hun kost wel in en om het huis, de ganzen werden om te grazen mee genomen naar de IJsselweiden en om ze te herkennen werden deze geringd.  In latere eeuwen werden de ganzen vervangen door koeien.  Omdat daarvoor meer ruimte nodig was verplaatste het boerenbedrijf zich  vanuit  de bebouwde kom geleidelijk naar het buitengebied.

Gendringen als kerspel of zelfstandige heerlijkheid

Gendringen wordt  – als kerspel of zelfstandige heerlijkheid (een soort gemeente) – al meer dan duizend jaar in de boeken vermeld. Zij was onderdeel van het domein van  de aartsbisschop van Keulen, maar het feitelijke beheer werd als leenheer uitgeoefend door de Heren, later de Graven van den Bergh.

Tot plus minus 1500 was Gendringen een vesting met wallen en grachten. Vanaf Anholt kwam men Gendringen binnen via de Zuiderpoort ( Cafe te Pas ), vanaf Wieken via de Westerpoort ( tegenover de school ) en vanuit Ulft via de Oosterpoort ( aan het begin van de IJsselweg ). Binnen de  vesting vormden de Grotestraat en de IJsselweg een soort Y met daartussen enkele steegjes.  Ook verkreeg Gendringen in die tijd het muntrecht; het recht om zelfstandig munten te slaan. Dit was vaak een voorbode voor het toekennen van stadsrechten en daar is ook sprake van geweest. De Graven van den Bergh vonden de macht van Gendringen echter veel te groot worden en gaven opdracht de wallen te slechten en het muntrecht over te dragen aan hun eigen munt in  ’s-Heerenberg.

Het muntgebouw in ’s-Heerenberg bestaat nog steeds en tegenwoordig is daar ook  het huisarchief van Huis Bergh ondergebracht. In dit archief zijn tekeningen aanwezig met voorbeelden van munten uit Gendringen. Het wapen van Gendringen uit die tijd  is hierop te herkennen. Echte munten zijn echter nooit gevonden en dus is het twijfelachtig of er ooit werkelijk munten in Gendringen zijn geslagen.

In de huidige NH Kerk, die door de brand van 1830 zwaar werd beschadigd, zijn nog steeds de restanten van de relatie met het Huis Bergh terug te vinden. Tot 1903 benoemde Huis Bergh de dominee en daardoor hield men ook  controle op de bevolking. In de kerk zijn ooit Graaf Willem en Gravin Maria van den  Bergh met een aantal van hun kinderen begraven. Helaas zijn de graftombes verloren gegaan. De Gravin van den Bergh was geboren als Maria van Nassau en zij was een zus van Prins Willem van Oranje, waarmee Graaf Willem was opgegroeid aan het Hof van  Keizer Karel V te Brussel. Dat de Graven van den Bergh aan het hof van de keizer mochten verblijven geeft al aan hoe machtig en invloedrijk zij in die tijd waren. Door het huwelijk van Maria van Nassau met Graaf Willem van den Bergh werd hun macht en invloed steeds groter en zij handelen ook hierna . Zij voelden zich soeverein en zeker gelijkwaardig aan vele vorstenhuizen.

Vanaf de achttiende eeuw is de betekenis van Gendringen langzaam opgedroogd.   Ulft met zijn ijzerindustrie groeide veel sneller en is inmiddels – ondanks het verscheiden van de ijzergieterijen – verreweg de grootste plaats in de Gemeente Oude IJsselstreek. Dit is ook terug te zien in de concentratie en uitbreiding van het winkelbestand in Ulft.

Kastelen in Gendringen

Gendringen bezat ooit twee kastelen, De Zwanenburg (Swanenborg gesticht in 1272 ) en De Wilt ( voorheen Sluseborch gesticht in 1305 ), die beide omstreeks 1900 zijn afgebroken.  De Zwanenburg was een zeer groot kasteel met bijgebouwen, wat in latere eeuwen ook nog in gebruik is geweest als klooster.

De Wilt was veel meer een groot landhuis en het is ooit internationaal bekend of berucht  geworden omdat daar rond 1900 een boterhandelaar woonde die roomboter aanlengde met margarine en deze dan in Duitsland verkocht als echte Nederlandse  ROOMBOTER uit Gendringen.

Op deze site hebben we ruimte gemaakt voor de lokale seniorenbond, voor de gebiedsmakelaar, Hulp Online Oost, het lokale Rode Kruis en voor de fotogroep Gendringen.

De inhoud van deze pagina's wordt regelmatig aangepast.

 

één van de laatst toegevoegde foto's.

door op de foto te klikken gaat u naar de fotogroep-pagina